De geschiedenis van ons huis
Inleiding - Bouwjaar - Rondleiding - Bewoners - Bronnen

Staan we voor het huis dan valt de sierstoep van Arduin meteen op. Tussen de Arduinstenen palen zijn gesmede hekken voorzien van pijlen. De symboliek daarvan is ons onbekend, anderen houden het op voorliefde voor de jacht van een voormalig bewoner. Helaas zijn er geen andere sierstoepen meer bewaard gebleven in Nieuwenhoorn. De laatste stoepen zijn gesneuveld bij een herbestrating van de Dorpsstraat in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Ook deze stoep is toen door gemeentewerken gesloopt maar na hevig verzet en aandringen van Dokter Prins is deze weer teruggeplaatst. De bestrating is toen omhooggekomen waardoor de eerste trede van de sierstoep nu gelijk ligt met de overige bestrating.

De vensters die we zien zijn aangebracht ergens tussen 1919 en 1968. Voor die tijd waren het schuiframen met een bovenlicht. Om onbekende redenen zijn de kozijnen lager dan het gat in de muur waardoor er een extra laag stenen op de kozijnen gemetseld moest worden. Het merkwaardige is dat deze situatie al bij de schuiframen in 1919 het geval was. De bovenlichten waren niet altijd voorzien van glas in lood maar in het begin van de 19 eeuw ergens vervangen door gewolkt sierglas. Alle vensters waren ooit voorzien van blinden. Het raam boven de voordeur is bij een modernisering tussen 1956 en 1968 vervallen tot een vast raam. Daarvoor was het een beweegbaar naar binnen scharnierend raam, nog veel eerder waarschijnlijk een snijraam met een voorstelling die paste bij het smeedwerk van het hek. De deurstijlen waren niet strak zoals nu maar versierd. Dankzij de goot die bovenop de voorgevel ligt weten we wat meer over de kleurstellingen die gebruikt zijn. Goten worden namelijk nooit geschuurd voordat zij geverfd worden waardoor de verflagen een staalkaart vormen van de kleuren die ooit gebruikt zijn. De combinatie donkergroen met beige is veelal favoriet geweest maar ooit vlak nadat deze goot vernieuwd geweest is, is het houtwerk ossenbloedrood met beige geschilderd geweest.

Wanneer we nu naar binnen gaan dan komen we in de gang terecht. Alle vloeren op de begane grond zijn inmiddels van beton. Hoogstwaarschijnlijk zijn deze vloeren gestort in 1959. Hoe het plafond in de gang er ooit uitgezien heeft is onbekend, wel dat er niet altijd een plafond in heeft gezeten waarschijnlijk dateren de plafonds van gang en kamers uit 1968 of 1959. Voor die tijd was er sprake van een balkenplafond. Eerst groen geschilderd, later wit gekalkt. Deze gang was ooit breder. De linker muur heeft ca. 30 cm verder naar links gestaan. Aan de rechterkant vinden we wat in 1939 de speelkamer genoemd werd. Later heeft deze kamer altijd dienst gedaan als studeerkamer. Aan de linkerkant bevindt zich de woonkamer.


Na wat sloopwerk worden oude plattegronden zichtbaar
De oorspronkelijke woonkamer was verdeeld in twee kamers, gescheiden door een gang naar het koetshuis. In de woonkamer tegen de muur van de gang dwars op het huis bevond zich een bedstee met kasten. Aan de buitenmuur bevond zich een haard waarvan de schoorsteen ook het koetshuis bediende. De schoorsteen bevond zich ongeveer een meter verder naar voren dan de huidige haard met schoorsteen. Begin 19e eeuw werd deze kamer verbouwd tot een eetkamer met een luik tussen het koetshuis en de eetkamer. Het achterste deel van wat nu de woonkamer is, was een behandelkamer. Dit dateert uit de tijd van de huisartsen. In die periode was wat nu de keuken is eveneens een behandelkamer. De balkenplafonds in die kamers waren in die tijd okergeel geverfd.

Tussen keuken en studeerkamer bevond zich de trap naar boven en de apotheek. De trap stond in het verlengde van de gang die naar het koetshuis liep. Nadat de trap verplaatst is naar de gang, ergens na 1939, is in de vrijgekomen ruimte een verlaagd stucplafond gemaakt. Hier, op de plaats van de apotheek is later een toilet en een badkamer gemaakt. De keuken en toilet bevonden zich voor die tijd achter het koetshuis. Daarnaast was er nog een sanitaire voorziening achter het huis, waarover straks meer. Direct achter het huis bevond zich een wachtkamer voor de patiŽnten. Deze wachtkamer was eenvoudig bouwsel en men kwam binnen via een niet meer bestaande ingang aan de zijkant van het huis. Om die te bereiken moest men door het poortje rechts naast het huis. De kachel van deze wachtkamer was berucht bij de patiŽnten vanwege de rook en stank die het ding produceerde.

Achter die wachtkamer bevond zich nog een bakhuisje van circa 2 bij 2 meter. Dit huisje is volledig opgetrokken uit IJsselsteen en heeft meerdere toepassingen gekend. Uit de verschillende lagen die op de muren zijn gesmeerd weten we dat het ook ooit stal is geweest. Waarschijnlijk is het een combinatie geweest van bakhuisje en varkenkot en werd er in vroeger tijden het water gekookt, en wellicht in de sopketel de pap voor het vee.

Er is ooit een vloer ingelegd van zeer oude leistenen plavuizen, hierop is in het eerste kwartaal van de 19e eeuw weer een andere vloer gelegd en is er sanitair en een kachel geplaatst. Dit sanitair werd aangesloten op de beerput die zich twee meter achter het huisje bevindt. In 1968 is er een keetje aan het bakhuisje gebouwd dat deel uitmaakte van een hondenkennel en is er een bijkeuken aan het woonhuis gebouwd die grensde aan de andere kant van het bakhuisje. In 2000 is de hondenkennel afgebroken en opnieuw opgebouwd waarna dit gedeelte en het huisje onder een dak zijn gekomen.

De bovenverdieping is in 1959 vormgegeven door Dokter Grootenhuis die een groot gezin onder te brengen had. Hij heeft de indeling laten vormgeven zoals het nu is. De huidige badkamer is door Dokter Prins aangelegd. De ramen aan de achterzijde zijn ook door Dokter Grootenhuis bedacht en zijn vormgegeven naar de mode van die tijd. Omdat er aan de achterzijde ook nog een uitbouw ten behoeve van een deur tot het dak gebouwd werd is de gehele achtergevel afgesmeerd met wit stucwerk. Het dak zelf is een Philebert constructie die meestal wordt toegepast bij een gebroken kap. In dit geval is het beschot recht doorgetrokken met een wolfseind. Bij het indelen van de kamers boven is een plafond aangebracht dat op de muren rust. Daarboven is een geheel lege zoldering waar we nog sporen terugvinden van een schoorsteen die aan de voorkant boven op de nok stond. Waarschijnlijk is deze schoorsteen afgebroken tegelijk met de verbouwing van de kamers in 1959.